De man achter de Airfryer

Het is Fred van der Weij uit Almere gelukt om met Philips een product op de markt te brengen. Waarmee? Met GEBAKKEN LUCHT!

Fred van der Weij van APDS Development BV (APDS = Applied Product Development Services ) in Almere ziet zichzelf als een geboren productontwikkelaar. Als kind was hij al nieuwsgierig naar hoe dingen werkten en in elkaar zaten. …

 

WTB

Fred volgde de opleiding Werktuigbouw aan de MTS in Breda en is na zijn diensttijd bij blijven leren door modules van verschillende Hbo-opleidingen te volgen, zoals AMBI, Werktuigbouw en de HEAO Small Business and Retail management. Daarmee heeft hij veel bruikbare inzichten gekregen, onder andere op het gebied van marketing, business management en IT.

Werk

Hij begon met werken in 1985 en kwam via een projectenbureau in tekenkamers bij verschillende soorten bedrijven terecht. In de periode dat de eerste AutoCAD-systemen op de markt kwamen leerde hij naast het gebruik als tekensysteem ook werken met de programmeertaal Autolips en heeft zich daarin gespecialiseerd om gebruikers het uiterste uit de mogelijkheden van CAD de laten halen. Daarvoor heeft hij vanaf 1990 met zijn eigen bedrijf ook een aantal jaren opdrachten uitgevoerd. Het bleek echter lastig om de vergaande mogelijkheden van deze diensten over te brengen. Ondertussen bleef hij ook bezig met productontwikkelingsopdrachten. Zo werkte hij bij NCR mee aan de eerste pinautomaat van de PTT en leerde gaandeweg hoe ontwikkelingsprocessen werden aangepakt. Hij werkte voor grote ontwerpbureaus en groeide steeds meer uit tot een allround productontwikkelaar.

Keuze

Op een gegeven moment maakte Fred definitief de keuze voor productontwikkeling en daar heeft hij geen spijt van. Hij vindt het ontwikkelwerk erg bevredigend. Hij was ook erg enthousiast toen in de jaren ’90 de 3D-printtechniek zijn intrede deed. De machines zelf waren in eerste instantie veel te duur, maar de mogelijkheid dat je je in 3D ontworpen product meteen kon printen bood enorm veel nieuwe kansen. Fred heeft de ontwikkeling van 3D goed gevolgd en heeft zelf inmiddels 3 verschillende 3D-printers, elk met hun eigen specifieke kwaliteiten. In combinatie met zijn CNC-machine kan hij nu in principe alle prototypes zelf maken.

Airfryer

Die mogelijkheden had hij nog niet toen hij zich in 2006 richtte op de ontwikkeling van de Airfryer. Hij had toen alleen nog maar wat gehuurde … lees het hele artikel op NOVU Vindingrijk 01-2018_p10-12

Creativiteit delen

Delen = vermenigvuldigen is. Dat geldt ongetwijfeld voor creativiteit, waarbij u door de opmerkingen van anderen buiten uw eigen gedachtewereld kunt treden en tot nieuwe combinaties wordt geïnspireerd. Hoe gaat u om met het delen van uw ideeën?

Voor uitvinders zijn licenties een veel gebruikte vorm van inkomen. Ze komen in veel verschillende vormen voor en zijn er niet alleen voor tastbare producten, maar ook voor abstracte en/of artistieke producten.

Daarnaast zien we dat er een deeleconomie ontstaat, waardoor objecten, maar ook ideeën (en creativiteit)steeds meer gratis gedeeld worden. In een aantal vormen van het delen van creativiteit is het vrijwel onmogelijk om nog aanspraak te maken op individueel intellectueel eigendom.

Brainstorm

Misschien de bekendste vorm van delen van creativiteit is de brainstorm, waarbij in één ronde wordt gezocht naar zoveel mogelijk associaties over een specifiek onderwerp. Hierbij geldt: Niets is te gek en er wordt niet inhoudelijk ingegaan op de inbreng van een ander. In de tweede ronde worden de losse delen geclusterd en wordt gekeken welk cluster kansrijk is en hoe dat kan worden uitgewerkt. NOVU biedt deze dienst aan aan organisaties, waarbij de deelnemers een onkostenvergoeding krijgen, maar ook een verklaring tekenen dat zij gedurende een aantal jaren zelf geen vinding op dat terrein op de markt brengen.

 

Hackathon

Een specifieke vorm van het delen van creativiteit is de hackathon. Hierbij werkt een groep mensen een aaneengesloten periode van bijv. 24 uur aan het bedenken van oplossingen voor een complex probleem. Door de beperkte, aaneengesloten tijd en de samenstelling van de groep wordt snel naar een oplossing gezocht, waardoor deze oplossingen op actie gericht zijn.

Softwarelicenties

Bij softwarelicenties wordt onderscheid gemaakt tussen propriëtaire software, waarbij de broncode niet beschikbaar is en vormen waarbij de broncode wel beschikbaar is. Bij propriëtaire software wordt het vaakst gewoon met commerciële gebruikersovereenkomsten gewerkt, waarbij de klant betaalt voor het gebruik onder bepaalde voorwaarden. Daarnaast zijn er vormen waarbij (een deel van) de software gratis gebruikt kan worden, zoals freeware (helemaal gratis), shareware (freeware met restricties, zoals bijv. betalen na een proefperiode), crippleware, donationware, enz.

Broncode beschikbaar

Bij het ontwikkelen van software zien we ook vaak dat de broncode wel beschikbaar wordt gesteld en aan de gebruikers wordt gevraagd om deze te verbeteren. De beloning is dan vooral de erkenning als jouw bijdrage gewaardeerd wordt.

 

Creative Commons

Een vorm van bescherming van creativiteit die specifiek voor verschillende vormen van auteursrecht geldt zijn de Creative Commons-licenties. Met een Creative Commons-licentie geef je aan onder welke voorwaarde anderen jouw werk gratis mogen gebruiken. Deze licenties zijn vooral interessant voor auteurs, kunstenaars, wetenschappers en andere creatieve makers waarbij er geen intentie is om geld te verdienen of wanneer er geld verdiend wordt met een dienst in plaats van een product. De licenties zijn afdwingbaar in de rechtbank en kennen 4 onderdelen die gecombineerd kunnen worden tot 6 licenties.

 

Daarnaast bestaan de CCO publieke domein dedicatie en de Public Domain Mark, waarmee de maker aangeeft af te zien van auteursrecht of dat het om een werk gaat waarop geen auteursrecht meer rust.

 

Op https://creativecommons.nl/uitleg/ vinden we de volgende uitleg:

Dit zijn de vier bouwstenen van de licenties: lees verder NOVU Vindingrijk 01-2018_p4

 

3D-printen interview met uitvinder

ABC

3D-printen tot 75 cm hoogte en 50 cm diameter: Opiliones.

5 jaar geleden richtte Kees Koese zich op de 3D-printer. Hij zocht een manier om kleine onderdelen met weinig spanningsbelasting te printen. In eerste instantie besteedde hij dit printen uit, maar later besloot hij het beter zelf te kunnen gaan doen. Als je namelijk zelf een bestand hebt kun je dat telkens opnieuw gebruiken en ben je goedkoper uit. De bestaande printers voldeden echter niet aan de wensen van Kees. Die waren vooral ontwikkeld rondom software, waarbij de constructie mechanisch onvoldoende aandacht kreeg. Daarom bouwde hij zelf een printer die dat wel deed. Vrienden waren erg geïnteresseerd, dus maakte hij ook printers voor hen en hij nam een stand op de beurs Rapid Pro om zijn printer te promoten. De eerste 50 printers verkocht hij voor een lage prijs om ervaringen te horen en informatie te krijgen. Tegenwoordig liggen de verkooprijzen hoger, zodat er ook voor de agent wat te verdienen valt.

De printer die Kees heeft ontwikkeld (Opiliones) werkt met 12 blijvend spelingsvrije bolmagneten, die simultaan kunnen bewegen (het ABC-principe). Andere printers werken met 3 bewegende, haaks op elkaar staande assen (het XYZ-principe). De printer van Kees werkt symmetrisch vanuit 3 kolommen, heeft weinig onderdelen en kent een lage printprijs, waardoor hij sterk concurrerend is. Bovendien kan hij objecten van 50 cm doorsnee en 75 cm hoogte printen. De software was eerst geschikt voor kleine printers, maar is speciaal geschreven voor grote printers. Het model van de printer als geheel is beschermd en de bolmagneten zijn gepatenteerd.

Materialen

Kees verkoopt niet alleen printers; hij voert ook zelf (grotere) printopdrachten uit voor derden. Hij vindt het interessant om terug te lezen hoe mensen 10 jaar geleden over 3D-printen dachten. Het was een opzienbarende prestatie toen het eerste schedelkapje van titanium op persoonsspecificaties geprint kon worden. Het bleek echter dat de mensen met zo’n prothese niet te lang in de zon konden verblijven, omdat het kapje dan te heet werd. Tegenwoordig wordt open materiaal geprint waar het bot in kan aangroeien. 3D-printen is uiterst geschikt om dergelijk materiaal te vervaardigen.

Specifiek 3-D

Kees wil de specifieke eigenschappen van 3D-printen laten zien (zoals de honingraatstructuur) en is minder geïnteresseerd in ‘bulkprinten’. Er is echter … lees verder NOVU Vindingrijk 04-2017 [WINTER] Bert Wolters

Wilt u echt groeien?

Wilt u echt groeien?

Als uitvinder begint u vaak met een idee. Dat werkt u in uw eentje uit en hoopt daarmee voldoende geld te verdienen. Wilt u als individuele uitvinder verdergaan of wilt u groeien en personeel in dienst nemen? Een belangrijke keuze.

bron: nlgroeit.nl

Bedrijfsvorm kiezen

Als u met uw bedrijf begint moet u een juridische bedrijfsvorm kiezen. Daarbij kunt u al rekening houden met groei. Bent u van plan om als zelfstandige door te blijven gaan dan is de eenmanszaak een voor de hand liggende keuze. Weet u al meteen dat u wilt groeien (en daar ook mogelijkheden voor ziet) dan komen andere bedrijfsvormen om de hoek kijken; elk met hun eigen juridische mogelijkheden en knelpunten. Denk dus vooraf goed na welke bedrijfsvorm u kiest.

Waarom?

Als u als ondernemer wilt groeien is het goed om vooraf een plan op te stellen. Waarom wilt u groeien? Hoe wilt u dat dan bereiken? Wilt u meer klanten? Wilt u uw assortiment uitbreiden? Wilt u uw werkgebied uitbreiden? Bedenk waar u over 5 jaar wilt zijn en reken dat uitgangspunt terug naar 4, 3, 2 en 1 jaar.

Personeel

Als u toe bent aan het aannemen van personeel, dan verandert uw bedrijf radicaal. U kunt mensen aannemen ie vooral uitvoerend zijn, maar u kunt ook mensen aannemen die op een specifiek terrein meer weten dan u. Daarmee verliest u een stukje controle op wat er gebeurt. U moet ook structuur aanbrengen waar anderen mee kunnen werken. Uw personeel is waarschijnlijk minder betrokken bij uw product dan u zelf bent. U zult uw personeel zodanig moeten begeleiden dat ze begrijpen wat u wilt. Dat moet u dus goed kunnen uitleggen en u moet regelmatig afstemmen of alles nog goed gaat. Als u zelf tot midden in de nacht moet doorwerken omdat iets af moet, zult u dat waarschijnlijk automatisch doen. Maar dat kunt u redelijkerwijs niet van uw personeel verwachten.

Geld

Door het aannemen van personeel krijgt u… lees verder NOVU Vindingrijk 04-2017 Wilt u echt groeien BertWolters

Nederhoed bespaart goed

Ongeveer 20 jaar geleden sprak René Nederhoed van I.C.Y. BV in Lemmer met een eigenaar van een bungalowpark. Deze verbaasde zich erover dat het energieverbruik van zijn vakantiebungalows ongeveer gelijk was aan dat van een gewone eengezinswoning, terwijl ze veel kleiner waren en vaak kortere tijd werden gebruikt. Dat leidde tot de uitvinding van de ICY Timer Thermostaat. Wouter Pijzel en Reinout Meltzer van de NOVU hebben geholpen bij de octrooiering en René nam de thermostaat, samen met een door hem ontwikkeld draadloos netwerk, mee op de NOVU-reis naar de Salon des Inventions in Genève. Beide vindingen leverden een bronzen medaille op.

Timer thermostaat

De thermostaat registreert aanwezigheid en past daarop de temperatuur aan. Hierdoor gaat de temperatuur van een bungalow automatisch omlaag als de gasten weg zijn. De grootste besparing bereik je door niet te verwarmen als er niemand is. Als eigenaar van een leisure-complex wil je je gasten niet beperken in hun comfort als ze aanwezig zijn.

Stralingswarmte

Na een dagje weg gaat de verwarming aan als de gasten terugkomen. Het is geen probleem als het dan nog geen 20 0C is. Mensen komen van buiten, dus voelt het al direct aangenaam in huis. Ze zijn eerst nog even actief terwijl de verwarming stralingswarmte afgeeft. Dit wordt als aangenaam ervaren en voordat de mensen echt tot rust zijn gekomen is het huisje of de kamer alweer op temperatuur.
Bij eerste aankomst zorgt het boekingssysteem voor een WarmWelkom. Het huis is dan lekker warm.

Zelflerende thermostaat?

René is niet enthousiast over de zogenoemde ‘zelflerende thermostaat’ en de klokthermostaat. De klokthermostaat moet vooraf worden ingesteld en de zelflerende thermostaat leert vanuit historische gegevens en stelt zich daarop in. Beide gaan uit van een bepaald gedragspatroon en zijn niet in staat zich aan te passen aan het werkelijke gedrag, dat elke dag anders kan zijn.

Energiebesparing

De eerste klokthermostaat ooit werd als ‘energiebesparend’ in de markt gezet. Hij bleek echter het energieverbruik te laten stijgen: mensen stelden de verwarming zo in dat de kamer op temperatuur was als ze opstonden, terwijl ze eerder de verwarming pas hoger zetten als ze waren opgestaan. Dankzij de aanwezigheidsdetectie kan met de thermostaat van ICY een besparing van 35% worden bereikt.

Gedrag

De grootste besparing is te bereiken door… lees verder NOVU Vindingrijk 03-2017 Nederhoed bespaart goed

Heinen krijgt energie van treinen

Arjan Heinen van Hedgehog Applications BV kan nog niet met pensioen. Daarvoor is hij te druk bezig met de ontwikkeling van een “Energy House” bij het station van Apeldoorn. Een gesprek met een energieke uitvinder.

Elektronica

Foto: Brenda Roos

Arjan vindt elektriciteit een interessante energievorm, omdat hij schoon is en erg efficiënt overgedragen kan worden. Je verliest in de verschillende overbrengingsfasen minder energie dan bij het gebruik van fossiele brandstoffen of waterstof. In de jaren ’90 begon Arjan met de productie van eigen elektronica. Zo bouwde hij ook elektrische auto’s op aanvraag. Voor Plopsaland verving hij de motor van oldtimers door een elektrische aandrijving, waardoor de voertuigen goed toepasbaar waren binnen het park. Deze activiteiten leidden mede tot het ontstaan van e-Traction: elektrische aandrijving in een wiel (voor bussen), genaamd ‘The Wheel’. De markt was hier eigenlijk toen nog niet klaar voor. Eén van de problemen voor e-Traction was dat de aandrijflijn inclusief dieselmotoren van de om te bouwen bussen tegen nieuwprijs moesten worden aangeschaft, maar na verwijdering (om een elektrische aandrijflijn in te bouwen) tegen tweedehandsprijzen werden teruggekocht. Er was nog te weinig vraag naar elektrische bussen om in de productie al rekening te houden met een elektrische aandrijving. Arjan had uiteindelijk een afspraak met bussenbouwer VDL om een elektrische aandrijfas te leveren die al tijdens de productie kon worden geplaatst. Op dat moment verkocht hij e-Traction aan een investeerder.

Octrooi

Arjan heeft destijds zelf het octrooi van the Wheel geschreven, tenminste: hij heeft het verhaal op papier gezet en de tekeningen aangeleverd, waarna een octrooigemachtigde het in de juiste vorm en met de juiste termen heeft afgerond. Hierbij heeft hij veel profijt gehad van de kennis die hij opdeed bij verschillende kennissessies van de NOVU. Hij heeft direct een Europees octrooi aangevraagd en ook voor de VS, China, Hong Kong, Korea en Japan. China en Hong Kong lijkt misschien wat dubbel, maar zo had hij twee kansen (als de een werd afgewezen kon de ander wellicht worden toegekend).

Green Deal

In 2012 tekende de overheid een Green Deal met NS reizigers BV en Veolia Transport Nederland BV met de titel: ‘Green Deal Onderzoek naar de mogelijkheden van verhoging van terug levering van remenergie door middel van gebruik Elektrodynamische[1]-rem aan de bovenleiding en het openbare net. Hierna te noemen: Green Deal Terug levering van remenergie.’ Voor Arjan was dit interessant, omdat dit indirect de vraag naar zijn wielen voor elektrische bussen stimuleerde. Investeerders zagen echter een kans om de elektrische wielen nu te gelde te maken en er kwam een nieuwe CEO voor e-Traction. Dit was voor Arjan het moment om het bedrijf te verlaten, maar, hoewel hij zich niet meer rechtstreeks met elektrische bussen bezighield, wilde hij wel bezig blijven met elektriciteit en mobiliteit. Zijn zoon hield zich bij e-Traction bezig met de monitoring van de bussen, en in overleg met de investeerders begon deze zoon met een aantal vrienden een eigen bedrijf ViriCiti.

Pilotproject

Energy house

In 2014 heeft Arjan alle partijen bij elkaar gezocht die nodig waren voor de technische realisatie van de Green Deal in de vorm van een systeem waar de remenergie van treinen wordt opgeslagen in batterijen die hun stroom kunnen leveren aan elektrische bussen en taxi’s. De meest logische locatie daarvoor is een treinstation en hij koos voor Apeldoorn vanwege de beperkte omvang, maar vooral ook omdat hij verwacht dat in het begin van het traject nog verschillende onvolkomenheden zullen optreden en hij dan in korte tijd ter plaatse kan zijn (Arjan woont in Apeldoorn). Hij weet uit ervaring dat de realisatie van dit type projecten lang duurt (hij gaat uit van ongeveer 20 jaar) en opstartproblemen kent.

Hedgehog

Arjan is nu projectontwikkelaar en … naar publicatie NOVU Vindingrijk 03-2017 p8-9-10 Bert Wolters Arjan Heinen

[1] Noot redactie: bij elektropneumatisch en elektromechanisch remmen wordt de remenergie omgezet in warmte die verloren gaat en fijnstof produceert.

Koelbox op lucht.

…..

Geconditioneerd vervoer

Voor transport bedacht Wim een box waarin producten zonder elektriciteit 5 dagen lang op -50oC bewaard kunnen blijven. Het gaat om een box waar de koude wordt geleverd door droogijs

foto: Brenda Roos

(met een  temperatuur van -79oC). Door het natuurverschijnsel dat koude lucht daalt en warme lucht stijgt wordt de temperatuur constant gehouden. d.m.v. een digitale thermostaat . Wim heeft een Nederlands octrooi op het systeem van de box. Het systeem kan in een kleine, maar ook in een grote container worden toegepast. Goede isolatie is hierbij erg belangrijk.

Inbreuk

Voor zijn koelbox werd Wim benaderd door iemand uit de Quote 500, die interesse had voor samenwerking. Wim zou dan 5% van de wereldwijde omzet krijgen, wat een substantieel bedrag was. Hij zou voor een wereldoctrooi zorgen en de andere partij zou dan de omzet genereren. Wim hield zelf de octrooirechten en zou met licentie gaan werken. Via een gerenommeerd advocatenbureau werd een overeenkomst opgesteld. Na verloop van tijd vroeg de andere partij uitstel, en werd een nieuwe overeenkomst opgesteld, waarmee het eerste contract verviel. Daarna kreeg Wim het vermoeden dat zijn vinding in het buitenland werd gemaakt en hij vrijwel geen inkomsten zou krijgen. Via advocaten heeft hij de licentie teruggekregen. En nu houdt de douane in de gaten of zijn systeem Nederland binnenkomt. Dat zou een overtreding van de overeenkomst zijn. Nog steeds vermoedt hij schending van de overeenkomst, maar dit kan (nog) niet hard worden gemaakt.

foto: Brenda Roos

Ook bij een ander project, waar hij met een kennisinstelling samenwerkte, liep hij aan tegen het schenden van afspraken die waren vastgelegd. Terwijl het product volgens afspraak in het buitenland zou worden doorontwikkeld bleek dat een aantal studenten in Nederland het product gebruikten voor diverse analyses. Dus zelfs als je afspraken op papier hebt vastgelegd en met een gerenommeerde partij werkt moet je alert blijven op wat er met je product gebeurt.

Koud, lauw, warm

Aansluitend op zijn ‘koelbox’ werkt Wim op dit moment aan een systeem met meerdere temperatuur beheersing in één unit. Dit kan door tussenschotten met een goede isolatie. Werkte Wim eerst met isolatie van 10 cm dikte met een U-waarde van 0,28, nu werkt hij met materiaal van 10 mm dikte met een U-waarde van 0,16 (hoe lager de waarde hoe beter de isolatie)[1]. Deze box is ideaal voor o.a. supermarkten, die nu 1 vrachtwagen hoeven te laten rijden. Een box met twee temperaturen (+ 5oC (voor groenten en fruit) en + 20oC (voor vers brood)) wordt inmiddels goed door de markt opgepikt. Een box waarin de bestelde producten op diepvries temperatuur kunnen worden bewaard tot het moment dat de klant ze zelf ophaalt is uiteindelijk echter niet op de markt gebracht.

Warmtewisselaar

Momenteel werkt Wim aan een warmtewisselaar die in korte tijd melk kan koelen tot +5oC. Dit is in het

foto: Brenda Roos

bijzonder interessant voor ontwikkelingslanden, waar de melk nu nog vaak na elke melkbeurt ongekoeld naar de fabriek wordt vervoerd. Hierdoor moet de melk in de fabriek een aantal pasteurisatie-processen ondergaan en zelfs dan moet de melk thuis eerst gekookt worden voor hij veilig gedronken kan worden. Wims warmtewisselaar maakt het mogelijk de melk snel af te koelen, een tijdje bij de boer koel op te slaan en koel te vervoeren. Hierdoor komt de melk op een lage temperatuur in de fabriek aan, waardoor minder bewerking nodig is. In de fabriek wordt het vat schoongemaakt en opnieuw met koudemiddel gevuld. Door de mogelijkheid melk koel op te slaan is minder transport nodig, omdat er nu slechts 1 x per dag vervoerd hoeft te worden. Het is ook mogelijk het koelsysteem onder te brengen bij een coöperatie, zodat meer boeren ervan kunnen profiteren. De boeren kunnen dan meer geld voor een liter melk ontvangen. Voor ontwikkelingslanden zijn de voordelen dat het om een handzaam product gaat, zonder elektriciteit en zonder technische complicaties.

WBSO

Wim heeft via zijn bedrijf CDWU voor 2016 en … lees hele artikel op NOVU Vindingrijk 02-2017 [ZOMER] Wim Schuddebeurs

[1] (de U-waarde [vroeger de K- waarde] drukt de hoeveelheid warmte uit die per seconde, per m2 en per graad temperatuurverschil tussen de ene en de andere zijde van een wand(constructie) doorgelaten wordt. De U- waarde wordt ook warmtedoorgangscoëfficiënt genoemd. De waarde geeft de mate van warmtegeleiding van een wand aan: een hoge U-waarde betekent een thermisch slecht isolerende wand, een lage U-waarde betekent een thermisch goed isolerende wand. De eenheid voor de U-waarde is W/(m2.K).

Dit artikel is geschreven voor de NOVU (Nederlandse Orde van Uitvinders) en verschenen in Vindingrijk 2, 2017.

Zelfsluitende waterkering

Van den Noort scoort

Op 10 april werd in Spakenburg onder grote belangstelling de langste zelfsluitende waterkering ter wereld (300 meter lang) ‘officieel geopend’. Deze wand is in 1995 uitgevonden door NOVU-lid Johann van den Noort.

                   Hoogwater 1995

werking van de zelfsluitende waterkering.

In 1995 stroomde het water bijna over de dijken van de Betuwe. Op 31 januari werden de bewoners van de Ooijpolder, de Bommelerwaard, het land van Maas en Waal en een groot deel van de Betuwe geëvacueerd. Met man en macht werden zandzakken gevuld om het stijgende water tegen te houden. Johann van den Noort vond het vreemd dat wij, met al onze moderne technologie, onze toevlucht nog steeds zochten bij zandzakken. Hij kreeg een idee, maakte een paar schetsjes en een kwartier later stond de zelfsluitende waterkering op papier. Johann ontdekte tot zijn verbazing dat zijn idee nog niet geoctrooieerd was. Hij vroeg zelf het octrooi aan en begon zijn idee in een zwembad te testen. Na twee jaar testen was de Self Closing Flood Barrier markt klaar.

                   Koudwatervrees

De eerste waterkeringen werden in Nederland verkocht aan een particulier bedrijf maar de Nederlandse overheden hadden koudwatervrees en het lukte niet om de vinding in Nederland verkocht te krijgen. Gelukkig toonde het buitenland wel interesse en inmiddels worden de keringen wereldwijd op veel plaatsen effectief gebruikt. Het systeem is eenvoudig en onderhoudsvrij. Nadat in België langs de Schelde een aantal systemen waren geïnstalleerd werden ook in Nederland keringen verkocht: langs de rivier de Dommel in Eindhoven en in Spakenburg.

                   Licentiehouder

In 2010 wilde Johann stoppen en hij vond een Engelse licentiehouder, die de wereldwijde verkoop voor zijn rekening zou nemen. De eerste 2 jaren ging dat prima, maar toen stopte de licentiehouder met het betalen van royalties. Binnenkort volgt de 6e rechtszaak tegen de licentiehouder. De eerste 5 rechtszaken heeft Johann gewonnen. Deze licentiehouder zocht uitvindingen op en misbruikte die. Een andere truc die hij toepaste was het plaatsen van een grote order van een product en deze order vlak voor de levering te annuleren. De uitvinder/producent gaat dan failliet en de veroorzaker kan zelf voor een laag bedrag de uitvinding op de markt brengen.

Momenteel worden de “Self Closing Flood Barriers” verkocht via het bedrijf van Johanns zoon en een 25-tal dealers in verschillende landen wereldwijd.

                   Creativiteit

Johann maakt ook al jaren lees verder NOVU Vindingrijk 02-2017 

Dit artikel is geschreven voor NOVU (Nederlandse Orde van Uitvinders) en verschenen in Vindingrijk 2, zomer 2017.

Vernieuwing vernielt(?)

Een goed idee kan vaak door anderen worden verbeterd.

Vernieuwing is van alle tijden en zal er altijd blijven. Er zullen altijd mensen zijn die vinden dat een bestaande situatie of machine beter kan. Vernieuwing is bij uitstek het terrein van de uitvinder. Innovatie (=vernieuwing) is een speerpunt van de Nederlandse regering, maar wordt ook vaak tegengewerkt.

Nederland vernieuwend?

Nederland staat op nummer 15 in de Bloomberg Innovation Index 2017[1]: een index van innovatieve landen. Hierbij wordt o.a. gekeken naar dichtheid high-tech-bedrijven, aantal onderzoekers (in spé) op technisch vlak, ontwikkelingsactiviteiten en octrooiactiviteit. In de Global Innovation Index stonden we in 2015 op de 4e plaats. Deze Index baseert zich op 79 criteria en wordt samengesteld door de Amerikaanse Cornell-universiteit, managementopleider INSEAD en de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (WIPO) van de VN[2]. Er zijn dus meerdere ranglijsten die zich baseren op verschillende criteria.

Taal

Taal is bij uitstek een terrein dat continu vernieuwt: nieuwe situaties en producten krijgen een naam (er komt een nieuw woord bij), spreektaal wordt schrijftaal, buitenlandse invloeden worden zichtbaar (kijk maar naar de enorme toename van Engelse woorden (Sale, kids, cashback, enz.)). Daarmee laat taal goed zien hoe vernieuwing tot stand komt: hoe meer externe impulsen, hoe meer vernieuwing. U weet zelf ook dat een vernieuwend idee vaak volgt op een omgevingsimpuls: u hoort iets of ziet iets en denkt dan: ‘Hé, kan dat niet…?

Kentering?

Vanuit dat perspectief is het geen goed teken dat de roep om protectionisme en terugkeer naar oude systemen steeds groter wordt. Recent zagen we in Frankrijk hoe een partij die voorstander is van het sluiten van de grenzen veel aanhang verwierf. Kijk ook naar Amerika waar president Trump, tegen de wereldwijde tendens van vernieuwingen op het gebied van duurzame energie in, teruggrijpt naar de oude, vertrouwde, maar o zo schadelijke, olie. In Turkije zijn veel websites (waaronder recent zelfs Wikipedia) geblokkeerd door de regering. Deze ontwikkelingen leiden tot een afname van externe impulsen, en daarmee tot een afname van aanzetten tot vernieuwing.

Tegenstand

Een vernieuwing is alleen succesvol als het een verbetering is. Dat is een goede ontwikkeling, maar is ook een bedreiging voor gevestigde partijen die profiteren van de oude situatie. Zij zullen zich inspannen om uw vernieuwing tegen te werken. Er zijn veel verhalen van grote bedrijven die belangrijke innovaties tegenwerken door bijv. een octrooi (goedkoop) te kopen en er vervolgens niets mee te doen. Grote partijen hebben vaak een sterke lobby om de eigen belangen te verdedigen. Houdt er dus rekening mee dat uw enthousiasme over uw vernieuwing niet door iedereen wordt gedeeld en dat u op verschillende manieren tegengewerkt kunt worden.

Organisatievernieuwing

Binnen organisaties lees verder NOVU Vindingrijk zomer 2017 Bert Wolters

Dit artikel is geschreven voor de NOVU en verschenen in Vindingrijk 2, zomer 2017.

[1] Bron: innovatie-site.nl, 23 januari 2017. Hier is ook de lijst te zien.

[2] Bron: Nu.nl, 18 juni 2016

Interview uitvinder Aquatag

Plant in de hand*

Planten klagen niet. Ze worden gewoon ziek, groeien minder of gaan dood. Als kweker ben je dan niet blij. Hoe weet je nu of je planten genoeg te eten en te drinken hebben? Daar kan de aquatag bij helpen.

Wim Stenfert Kroese (1954) is een gevoelig mens, tenminste: hij houdt zich bezig met sensortechnologie. Ongeveer 20 jaar geleden ontwikkelde hij, samen met zijn compagnon Max Hilhorst, een meetsysteem om de sterkte van beton te meten met sensoren. Nu werken ze samen aan een systeem dat de hoeveelheid vocht en meststoffen meet bij planten van kweekbak tot volle grond: de AquaTag.

Combinatie

Wim heeft eerst een aantal jaren scheepsbouw gestudeerd in Delft, maar vond dat een beetje saai. Een vriend stelde voor om dan samen Bedrijfseconomie te gaan studeren en tot Wims verrassing vond hij die studie erg interessant. Hij is nu afgestudeerd Bedrijfseconoom met een stevige technische basis. Dat is voor een uitvinder een sterke combinatieNaar publicatie Vindingrijk interview Wim Stenfert Kroeze

Na zijn studie begon hij, met een collega die industrieel ontwerper was, als zelfstandig innovatie-adviseur en marktonderzoeker. Toen die collega een baan aannam ging Wim alleen door. Hij bedacht productconcepten voor bedrijven en voerde daarvoor marktonderzoeken uit. Na verloop van tijd realiseerde hij zich dat hij ook graag eigen producten wilde ontwikkelen en op de markt brengen. Eén van die eerste producten was de ConSensor: een sensor die de sterkte van beton meet op basis van het vochtgehalte. Dit product loopt nog steeds en wordt nog telkens bijgeschaafd. Wim kwam in contact met Max Hilhorst, die aan de Wageningen Universiteit promoveerde op het watergehalte in de bodem. Het klikte tussen deze twee en samen hebben ze nu twee BV’s: ConSensor BV (het betonsensorsysteem) en SensorTagSolutions BV voor sensoren in land- en tuinbouw. Max houdt zich vooral bezig met de technische aspecten en Wim richt zich meer op de bedrijfseconomische kant. De techniek van beide meetsystemen is vergelijkbaar, maar de branches verschillen sterk.

Handmatig

Voor de ontwikkeling van de AquaTag werd samengewerkt met TNO, TU Twente, TU Eindhoven en nog twee adviesbureaus. Deze combinatie kreeg een ‘Valorisation Grant’ toegekend van de Stichting Technische Wetenschap.

De sensoren die uit deze samenwerking ontstonden moesten met een handscanner van dichtbij worden uitgelezen. Samen met de Wageningen Universiteit werden tests gedaan bij boomkwekers in Nederland (Waddinxveen, Boskoop) en Turkije. Daaruit kwam naar voren dat de meetgegevens erg werden gewaardeerd, maar dat het handmatig scannen teveel tijd kostte om het systeem rendabel te krijgen. De huidige versie van de AquaTag is een plug and play-systeem dat automatisch en lees verder Vindingrijk interview Wim Stenfert Kroeze

* artikel geschreven voor Vindingrijk in opdracht van NOVU